Kort: je kunt het faillissement van een schuldenaar aanvragen als die is opgehouden met betalen: hij moet minstens twee schuldeisers hebben en minstens één vordering moet opeisbaar zijn. Een advocaat is verplicht. Het is een zwaar middel: na een faillissement krijgen gewone schuldeisers vaak weinig of niets.
Een faillissementsaanvraag is soms het laatste drukmiddel tegen een bedrijf dat niet betaalt. Toch is het lang niet altijd de slimste stap. Hieronder de voorwaarden, het verloop en de nadelen.
De voorwaarden
- De schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen (artikel 1 Faillissementswet). Dat moet de rechter ‘summier’, dus op het eerste gezicht, kunnen vaststellen.
- Er zijn minstens twee schuldeisers (de pluraliteit). Naast jouw vordering moet er minstens één andere zijn: de steunvordering. Dat kan een andere leverancier zijn, de Belastingdienst of een werknemer met achterstallig loon. De steunvordering hoeft niet opeisbaar te zijn.
- Minstens één vordering is opeisbaar, meestal die van jou.
- Je vordering wordt niet serieus betwist. Zegt de schuldenaar met goede argumenten dat hij niet hoeft te betalen, dan wijst de rechter het verzoek af en moet je eerst via een gewone procedure je gelijk halen.
Het verloop
- Een advocaat dient een verzoekschrift in bij de rechtbank in het arrondissement waar de schuldenaar woont of gevestigd is.
- De rechtbank roept de schuldenaar op voor een zitting, meestal binnen enkele weken.
- Op de zitting kijkt de rechter of aan de voorwaarden is voldaan. Vaak betaalt de schuldenaar vlak voor de zitting alsnog, en wordt het verzoek ingetrokken.
- Spreekt de rechter het faillissement uit, dan benoemt hij een curator die het vermogen beheert en verdeelt.
De kosten en risico’s
- Je betaalt een advocaat en griffierecht. Die kosten krijg je bij een faillissement zelden helemaal terug.
- Na het faillissement ben je een gewone schuldeiser. Eerst worden de kosten van het faillissement betaald, daarna de schuldeisers met voorrang zoals de Belastingdienst en het UWV. Banken met een pand- of hypotheekrecht gaan daar vaak al vóór. Voor gewone schuldeisers blijft vaak weinig of niets over.
- Gebruik je een faillissementsaanvraag alleen om druk uit te oefenen terwijl je weet dat je vordering betwist wordt, dan kan dat misbruik zijn en kun je aansprakelijk worden voor de schade.
Wanneer is het wel zinvol?
Als een bedrijf structureel niet betaalt, er nog wel geld of bezittingen zijn, en je vermoedt dat die anders verdwijnen. Een curator kan onderzoeken of bestuurders onbehoorlijk hebben gehandeld en kan rechtshandelingen terugdraaien die schuldeisers benadeelden. Ook betaalt een schuldenaar vaak alsnog zodra er een faillissementsverzoek ligt.
Gaat het om een particulier, dan is een faillissementsaanvraag zelden zinvol. Een particulier kan na een faillissement toegang krijgen tot de schuldsanering (WSNP), en dan krijg je meestal maar een klein deel van je vordering.
Wat er gebeurt als je klant failliet gaat, lees je in je klant is failliet: wat nu?
Laatst bijgewerkt: 9 oktober 2026. Algemene informatie, geen juridisch advies.