Bestuurdersaansprakelijkheid

borgsom

Op deze pagina wordt meer informatie verstrekt over bestuurdersaansprakelijkheid en welke mogelijkheden schuldeisers daarmee hebben. 

 Wat is bestuurdersaansprakelijkheid?

Het kenmerk van een rechtspersoon is dat deze een zelfstandig drager van rechten en verplichtingen is. Een rechtspersoon kan dus zelf schulden aangaan en bezittingen hebben. Een rechtspersoon wordt geleid door een bestuurder, die dat namens de rechtspersoon doet.

Als een rechtspersoon failliet gaat, dan zegt dat nog niets over de vermogenspositie van de bestuurder. Dat geeft het risico dat de bestuurder op onverantwoorde wijze of overmatige verplichtingen aangaat ten koste van de schuldeisers. In de wet en in de rechtspraak zijn normen ontwikkeld wanneer bestuurders aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap.

Regels omtrent bestuurdersaansprakelijkheid

Om te beginnen zijn er verschillende wetten opgesteld die de bepalen wanneer een bestuurder aansprakelijk is:

1. De tweede anti-misbruikwet: dit is de aansprakelijkheid van bestuurders voor de afdracht van Loonheffing, sociale premies en Omzetbelasting. De Belastingdienst heeft dus een belangrijke troef in handen bij een faillissement. De bestuurder kan echter aansprakelijkheid vermijden door tijdig melding te doen van betalingsonmacht.

2. De derde anti/misbruikwet: Dit ziet op artikelen 2:138 en 2:148 BW: een bestuurder is aansprakelijk voor het tekort in het faillissement ingeval van onbehoorlijk bestuur, wanneer dit onbehoorlijk bestuur tot gevolg heeft dat de rechtspersoon failliet gaat. De curator stelt de vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid in.

3. De onbehoorlijke taakvervulling van artikel 2:9 BW: een bestuurder is jegens de rechtspersoon aansprakelijk voor de schade die ontstaat als hij zijn bestuurstaak onbehoorlijk vervult en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. In de praktijk is het vaak de curator die deze vordering namens de rechtspersoon instelt.

4. De onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW. Een bestuurder die onrechtmatig handelt jegens een ander (in dit geval: schuldeiser) is verplicht om de schade te vergoeden als die hem kan worden toegerekend. Deze bepaling is veelvuldig in gebruik bij schuldeisers die een rechtstreekse vordering tegen de bestuurder instellen. Het gaat dan vaak om schending van de Beklamel-norm:

Indien een bestuurder van een B.V. bij het aangaan van een overeenkomst wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de door hem vertegenwoordigde rechtspersoon de uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet zou (kunnen) nakomen, dan heeft deze bestuurder onrechtmatig gehandeld jegens de schuldeiser van die rechtspersoon en is hij uit dien hoofde aansprakelijk voor de door deze schuldeiser geleden schade.

Een andere grond voor onrechtmatige daad is als de wanbetaling het gevolg is van betalingsonwil. Het uitblijven van betaling zonder goede grond (bijvoorbeeld betalingsonmacht) kan leiden tot de slotsom dat er sprake is van betalingsonwil waarvoor bestuurdersaansprakelijkheid wordt aangenomen. Dit is bepaald in het arrest Van Waning / Van der Vliet.

Bijkomende aspecten

De wet bepaalt ook (artikel 2:11 BW) dat als een bestuurder aansprakelijk is en die bestuurder eveneens een rechtspersoon is, dat dan de bestuurder van die rechtspersoon eveneens aansprakelijk is. Zo wordt voorkomen dat natuurlijk personen zich verschuilen achter getrapte vennootschappen. Maar let op: deze regel geldt niet voor buitenlandse bestuurder-rechtspersonen. De Nederlandse rechter kan namelijk niet oordelen over de (interne) verhouding tussen een buitenlandse rechtspersoon en dienst bestuurder.

Bestuurdersaansprakelijkheid
Help ons door deze pagina te waarderen!

Trefwoord(en): , ,

Een specifiekere vraag over dit onderwerp?

Stel deze dan via het vraagformulier en u krijgt persoonlijk antwoord.

2 Reacties

  1. R. Hanegraaf op 23 juni 2017 at 12:10

    Het Europees Hof heeft zich uitgesproken over de onrechtmatigheid van het zogenaamde ‘flitsfaillissement’.
    Ik heb in mei 2014 bij de online shop van Neckermann een PlayStation 4 voor mijn zoon ter waarde van €403,95 besteld en betaald, terwijl het bedrijf midden in deze schimmige doorstart procedure zat. Het bedrag is door Neckermann doodleuk getoucheerd, maar mijn bestelling heb ik nooit ontvangen.
    Welke stappen kan ik nu, na de juridische uitspraak, als gedupeerde consument zetten om mijn geld alsnog terug te vorderen?

    • Raimond Dufour op 28 juni 2017 at 12:32

      Deze vraag is privé beantwoord.

Laat een reactie achter